shutterstock_103179650

Tijdens je eerste afspraak, rond 8-9 weken zwangerschap, krijg je van ons aanvraagformulieren mee voor een standaard bloedonderzoek.
Je kunt dit o.a. laten prikken in Roden, Leek, Zevenhuizen, Norg of Peize. Openingstijden Certe

Er wordt gecontroleerd of je geen bloedarmoede hebt. Een aantal kenmerken van je bloed wordt bepaald; bloedgroep, rhesus C en rhesus D factor. We kijken of je bepaalde infecties hebt doorgemaakt en of je antistoffen in je bloed hebt die schadelijk kunnen zijn voor je kind.
Door jouw bloed te onderzoeken kunnen we tijdig maatregelen nemen om eventuele nadelige gevolgen voor je kind te voorkomen. Er wordt alleen bloed afgenomen met je toestemming. Wanneer je eventueel bepaalde onderdelen van het bloedonderzoek niet wilt laten doen, dan kun je dat aangeven.
De uitslag van het onderzoek bespreken we tijdens je volgende afspraak. Je bloed wordt onderzocht op verschillende onderdelen:

Hemoglobinegehalte

Hemoglobine (Hb) is de kleurstof van de rode bloedcellen. Hemoglobine bevat ijzer. Tijdens de zwangerschap kan het hemoglobinegehalte (en ijzer) in het bloed dalen. Als het hemoglobinegehalte te laag is, spreken we van bloedarmoede. Je krijgt dan ijzertabletten. Ook krijg je voedingsadviezen mee.
Rond 12 weken zwangerschap moet je hemoglobinegehalte boven de 7.1 mmol/l zijn en rond 28 weken zwangerschap boven de 6.3 mmol/l.

Bloedgroep

Er wordt bekeken welke bloedgroep je hebt: A, B, AB of O. Bij de bevalling verliest elke vrouw bloed, de één wat meer dan de ander. De kans is klein dat je extra bloed nodig hebt via een bloedtransfusie. In dat geval wordt altijd eerst gecontroleerd of het transfusiebloed wel goed bij je eigen bloed past.

Rhesus-D-factor

De rhesus-D-factor is een natuurlijke stof die bij vier op de vijf mensen in het bloed zit. Dit is erfelijk bepaald. Iemand met die factor in het bloed noemen we ‘rhesus-D-positief’. Heb je die factor niet, dan ben je ‘rhesus-D-negatief’ en is het volgende van belang:
Tijdens de zwangerschap en de bevalling kan er wat bloed van het kindje in je eigen bloed terechtkomen. Dat is geen probleem als je kind ook rhesus-D-negatief is. Maar als je kind rhesus-D-positief is, kan jouw bloed antistoffen tegen het bloed van je kind gaan maken. In dat geval kunnen er bij een volgende zwangerschap met een rhesus-D-positief kind problemen ontstaan. Die antistoffen kunnen via de navelstreng in het bloed van jullie volgende kind komen en het bloed afbreken. Het volgende kind kan hierdoor bloedarmoede krijgen.
In de dertigste week van de zwangerschap wordt je bloed opnieuw onderzocht. Met de huidige technieken kunnen ze uit het bloed van moeder, de rhesus-D-factor van je kind bepalen. Is je kindje rhesus-D-positief, krijg je een injectie in je bovenbeen die ervoor zorgt dat je bloed minder of geen antistoffen aanmaakt (anti-D). Deze prik met anti-D krijg je binnen 48 uur na je bevalling nogmaals.
Is je kindje rhesus-D-negatief, dan gebeurd er niets. Jullie hebben dezelfde rhesus-D-factor.

Rhesus-c-factor

Ongeveer 18% van de mensen is rhesus c negatief, Mocht je rhesus c negatief zijn dan wordt er bij 27 weken bloed bij je afgenomen. Je bloed wordt onderzocht op aanwezigheid van antistoffen tegen rhesus c. Als in jouw bloed antistoffen worden gevonden, zal de ontwikkeling en conditie van je kind nauwlettend worden gevolgd. De kans dat je antistoffen hebt, is heel erg klein en voor je huidige zwangerschap heeft dit nauwelijks gevolgen. Bij een volgende zwangerschap is er een kleine kans op complicaties bij de baby. Er is helaas (nog) geen vaccin zoals bij de rhesus D factor.

Andere antistoffen

Voor alle zwangeren geldt dat er bij een eerdere zwangerschap of bij een bloedtransfusie ook andere antistoffen kunnen zijn aangemaakt. Deze antistoffen kunnen de gezondheid van je kind benadelen: de kans bestaat dat ze via de navelstreng het bloed van je kind bereiken en afbreken. Indien deze antistoffen in het begin van de zwangerschap in je bloed zijn gevonden, wordt je bloed verder onderzocht tot duidelijk is welke dit precies zijn.

Hepatitis-B

Hepatitis B is een infectieziekte van de lever. Het wordt veroorzaakt door het hepatitis-B-virus. Veel mensen worden er ziek van (geelzucht, koorts) en sommige mensen merken niet dat ze de infectie hebben. Na de infectie blijven sommigen het hepatitis-B-virus bij zich dragen. We noemen hen ‘drager’. Ze zijn niet ziek, maar wel besmettelijk voor anderen. Wanneer een draagster van het virus zwanger is, ondervindt het kind geen schade tijdens de zwangerschap. Wel kan het kind bij de geboorte besmet raken met het hepatitis-B-virus en ook een leverontsteking krijgen. Daarom wordt je bloed in het begin van de zwangerschap nagekeken. Ben je draagster van het hepatitis B virus, dan krijgt je kind binnen twee uur na de geboorte een injectie met hepatitis-B-immunoglobuline. Dit middel zorgt er voor dat je kind niet ziek wordt.

Lues (syfilis)

Lues is een seksueel overdraagbare aandoening (een SOA), veroorzaakt door een bacterie. Het is een infectie die lange tijd onopgemerkt kan blijven. In het begin van de zwangerschap kan de bacterie nog niet in het bloed van het kind terechtkomen, later wel. Daarom is het van belang dat Lues tijdig, liefst voor 16 weken, wordt ontdekt. Zo nodig krijg je medicijnen (antibioticakuur). Daarna is het kind veilig.

HIV

HIV is een virus dat de ziekte aids veroorzaakt. HIV kan worden overgedragen via besmet bloed (bijvoorbeeld door gemeenschappelijk gebruik van naalden) of door onveilig te vrijen met iemand die met HIV is besmet.
HIV-besmetting kan met bloedonderzoek worden vastgesteld. In het zeldzame geval dat een moeder is besmet met HIV, kan het kind tijdens de bevalling of via borstvoeding ook besmet raken. Om dat te voorkomen is het zinvol om aan het begin van de zwangerschap een HIV-test te doen. We kunnen de kans op besmetting van het kind verkleinen door een moeder met HIV al tijdens de zwangerschap medicijnen te geven. Verder kunnen maatregelen als een keizersnede en het niet geven van borstvoeding, besmetting van het kind eventueel voorkomen.